
Vanaf 1 maart kun je Belastingaangifte doen. Voor veel mensen voelt dit als een administratieve verplichting, maar het moment van aangifte biedt ook kansen. Door scherp te zijn op aftrekposten en fiscale regels kan de uiteindelijke belastingdruk namelijk lager uitvallen.
Onderstaande tien aandachtspunten helpen om de aangifte goed in te vullen en om waar mogelijk belasting te besparen.
1. Dien de aangifte op tijd in
In principe moet de aangifte inkomstenbelasting vóór 1 mei worden ingediend.
Lukt dat niet, dan kan de Belastingdienst belastingrente in rekening brengen. Momenteel bedraagt deze rente 5%. De rente wordt berekend over het bedrag dat nog verschuldigd is.
Door te werken met een voorlopige aanslag kan deze rente vaak worden beperkt of voorkomen.
2. Maximaliseer aftrekbare bedrijfskosten
In de basis is het simpel: bedrijfskosten zijn kosten die worden gemaakt om omzet te realiseren. Voor veel kosten is duidelijk dat ze zakelijk zijn, maar twijfel ontstaat vaak bij kosten die minder direct met omzet samenhangen.
Voorbeelden van aftrekbare kosten zijn onder andere:
- Vakliteratuur
- Studiekosten om kennis op peil te houden
- Software
- Advieskosten
- Netwerkbijeenkomsten
Bij twijfel kan het verstandig zijn om de regels op de website van de Belastingdienst te controleren of om dit te bespreken met de boekhouder.
3. Arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV)
Voor veel ondernemers is een arbeidsongeschiktheidsverzekering een belangrijk onderdeel. Bovendien wordt verwacht dat een AOV voor zelfstandigen vanaf 2030 verplicht wordt.
Uitkeringen uit een AOV worden belast in box 1. De premies zijn daarom aftrekbaar van het belastbaar inkomen.
4. Pensioen opbouwen via een lijfrente (derde pijler)
Het Nederlandse pensioenstelsel bestaat uit drie pijlers:
- AOW
- Pensioen via de werkgever
- Individuele voorzieningen
Veel ondernemers bouwen geen pensioen op in de tweede pijler. Daarom kan het verstandig zijn om zelf vermogen op te bouwen via bijvoorbeeld pensioenbeleggen (lijfrente).
De ingelegde bedragen zijn aftrekbaar van het belastbaar inkomen, zolang deze binnen de fiscale ruimte vallen. Daarnaast is het belangrijk om goed te kijken naar de voorwaarden.
5. Schuiven met aftrekposten tussen fiscale partners
Fiscale partners kunnen bepaalde inkomensbestanddelen en aftrekposten onderling verdelen.
Denk bijvoorbeeld aan:
- Hypotheekrente
- Inkomsten uit box 2 (dividend)
- Vermogen in box 3
Door deze posten strategisch toe te rekenen kan de totale belastingdruk soms worden verlaagd.
6. Eigen woning
De rente op de eigenwoningschuld is onder voorwaarden aftrekbaar.
Belangrijke voorwaarden zijn onder andere:
- De lening is gebruikt voor aankoop, verbetering of onderhoud van de eigen woning.
- De lening wordt minimaal annuïtair afgelost.
- De renteaftrek geldt maximaal 30 jaar.
Bij aankoop van een woning zijn ook bepaalde bijkomende kosten aftrekbaar, zoals taxatie- en advieskosten.
Extra tip: voldoe je aan de voorwaarden voor renteaftrek in box 1? Dan is renteaftrek zelfs verplicht. In bepaalde gevallen kan het echter aantrekkelijk zijn om een lening zodanig vorm te geven dat deze in box 3 valt. Informeer naar de voorwaarden en laat dit altijd goed doorrekenen.
7. Familiehypotheek of lening vanuit de BV
Ook een lening van familie of van een eigen BV kan kwalificeren als eigenwoningschuld. Belangrijke voorwaarden zijn dat de lening moet voldoen aan fiscale regels en er minimaal annuïtair moet worden afgelost
Voor DGA’s is het belangrijk dat de lening vanuit de BV onder zakelijke voorwaarden wordt verstrekt om fiscale correcties te voorkomen.
Meer hierover lees je in dit artikel.
8. Aftrekposten leveren minder belastingvoordeel op
In het verleden leverden aftrekposten voor hogere inkomens meer belastingvoordeel op.
Tegenwoordig geldt ingevolge artikel 2.10 lid 2 Wet IB dat veel aftrekposten maximaal aftrekbaar zijn tegen 37,48% (het tarief van de tweede belastingschijf).
Dit betekent dat het niet altijd optimaal is om alle aftrekposten toe te delen aan de partner met het hoogste inkomen. Soms kan een andere verdeling gunstiger uitpakken.
9. Vermogensbelasting
De belasting in box 3 staat al jaren ter discussie. Voorlopig geldt het systeem met forfaitaire rendementen.
Door de uitspraken van de Hoge Raad kunnen belastingplichtigen echter bezwaar maken wanneer het werkelijke rendement lager is dan het fictieve rendement dat door de Belastingdienst wordt gehanteerd.
10. Voorkom verrassingen
Voor werknemers wordt belasting grotendeels via de werkgever ingehouden. Daardoor leidt de aangifte vaak slechts tot kleine correcties.
Voor ondernemers ligt dit anders. Zij hebben te maken met voorlopige aanslagen, moeten zelf belasting reserveren en hebben vaak te maken met meerdere aftrekposten.
Wanneer de administratie en financiële processen goed zijn ingericht, kan direct na afloop van het boekjaar een realistische berekening worden gemaakt van de verschuldigde belasting. Dit voorkomt verrassingen, biedt inzicht in mogelijke fiscale optimalisaties en de benodigde liquiditeit.
Meer weten: neem gerust contact op.
